NIEUWS

Commandando-overdracht 26 april 2018 - TOESPRAAK Oud Commandant Bronbeek Michiel C, Kolonel der Huzaren...
geplaatst 30 april 2018
 
   
Geachte genodigden, vrienden van Bronbeek maar bovenal bewoners, staf en vrijwilligers van dit instituut hartelijk welkom.
Wie Bronbeek zegt, zegt vooraleerst haar bewoners, zegt een bakermat & symbool voor veteranenzorg. Al 155 jaar. Een respectabele leeftijd voortgekomen uit die eerste uiting van waardering, erkenning en zorg van de veteraan in 1863.
Bronbeek was en is een tehuis voor veteranen en zal dat tot in de lengte van dagen zijn en blijven. Diep verankerd in de defensiebodem, de veteranen- en de Indische gemeenschap; in de gemeente Arnhem; in de wijk Paasberg.
Als bakermat & symbool van de zorg voor veteranen door ondersteuning en het bieden van ruimte voor exposities, een veteranen café, het ondersteunen van evenementen voor jong veteranen zoals de ‘Dutch military veteranswalk’; het bieden van de mogelijkheid tot tijdelijke opvang van veteranen en uiteraard als reüniefaciliteiten voor actieve, jong en oud veteranen in nauwe samenwerking met stichting Kumpulan. Liefst in aanwezigheid van zoveel mogelijk belangstellenden uit de Nederlandse samenleving. Bronbeek als ‘home of the veterans’
Niets vind ik dan ook krachtiger dan de symboliek van de achter mij opgestelde detachementen van het regiment Van Heutsz en de delegaties van verschillende veteranenverenigingen. Heren dank voor uw aanwezigheid.
 
Maar ook vind ik het symbolisch dat vandaag officieel in het kader van 155 jaar Bronbeek het monument ´thuisland´ van Rob Voerman op landgoed Bronbeek terugkeert. Helaas was het technisch gezien niet mogelijk het beeld vandaag daadwerkelijk te onthullen maar het staat weer in volle glorie op zijn oude plek aan de, van hieraf gezien, andere kant van de vijverpartij. Rob je bent vandaag hier aanwezig; bedankt!
 
We gaan voor die symboliek van dat beeld terug in de tijd naar het vorige lustrum in 2013 en in het bijzonder naar de openluchttentoonstelling ‘Bronbekers in beeld’ in combinatie met de wisseltentoonstelling ‘150 Jaar Bronbeek, Wonen tussen Trofeeën’.
 
Zowel de wissel- als de openlucht tentoonstelling gaf het menselijke aspect van de militaire veteraan weer en zo gaven die beelden hier op landgoed Bronbeek inzage in de levensgeschiedenis van de bewuste veteranen voor, tijdens en na de missie in Nederlands-Indië en nadien in de herfst van hun leven.
 
Het beeld verdween eind 2013 en belandde op het terrein van ´de basis´ in Doorn. Geen gelegenheid liet Inga Severs voorbijgaan om mij in te wrijven dat het eigenlijk op landgoed Bronbeek thuishoorde.
 
Daar keert het vandaag in het kader van 155 jaar Bronbeek dan ook terug. Het beeld ´thuisland´ keert naar zijn thuisland terug. De vijf jaar dat het weg was staat symbool voor de veelal 3 jaar dat de veteranen in opdracht van de Nederlandse regering op missie waren in Indonesië.
 
Zoals een huidige bewoner van Bronbeek, de heer Brink, het in zijn kroniek ooit omschreef en ik citeer: “Het is misschien niet fair ten opzichte van Rob Voerman als kunstenaar om te bekennen dat zijn creatie, zijn kunstwerk ‘thuisland’, noem het oneerbiedig zijn ‘product’, een ontroering teweeg bracht, waardoor de schrijver dezes momenteel meer denkt aan wat hij die drie jaar dienstplicht in Indië moest beleven, dan aan het in veel opzichten opwindende, ingewikkelde kunstwerk”.
 
Zo voelde menig bezoeker zonder de ervaring van het dienen in Nederlands-Indië het ook. Dat intense gevoel van beleving; van herkenning; van herinnering.
 
Datzelfde gevoel wordt ook ervaren bij die natuurlijke en historische herinneringslocatie die Bronbeek is om een eigen plekje te hebben voor overlevenden en/ of nabestaanden om dat specifieke aspect van de verschrikkingen en de gesneuvelden en de omgekomen burgers van de strijd in zuidoost Azië te ge- en herdenken. Stil te staan bij dat leed.
 
Dat Bronbeek naast het tehuis voor veteranen in een behoefte blijft voorzien, en ik kan dat niet voldoende benadrukken, getuigen de monumenten en de herdenkingen. Getuige de toename aan monumenten op het landgoed.
Daarvan getuigen de bloemen bij enig monument door het hele jaar heen, zonder dat er een officiële herdenking of reünie heeft plaatsgevonden.
Daarvan getuigen de verzoeken tot as-verstrooiing bij één der monumenten op landgoed Bronbeek.
Daarvan getuigen ook de bijeenkomsten in de commandantswoning met nabestaanden, om de waardering en erkentelijkheid voor de inzet en opoffering van hun familielid in de vorm van de nooit ontvangen onderscheiding alsnog in ontvangst te mogen nemen.
 
Zelfs na 5 jaar en bijna 2 maanden vind ik het elke dag weer imposant wat de totale gemeenschap Bronbeek doet voor de Nederlandse samenleving. Iets waarvan ik vind dat de leiding van het ministerie van defensie zich nog onvoldoende realiseert.
 
Het zijn van commandant Bronbeek is een dankbare taak! Niet alleen vanwege het kunnen bieden van een tehuis, een plek om te ge- en herdenken maar ook in letterlijke zin omdat de bezoekers, de deelnemers aan bijeenkomsten, stichtingsbesturen en nabestaanden mij altijd bedanken. Bedanken omdat ik mijn werk deed in het kader van de 4 hoofdtaken van Bronbeek.
 
Dat had ik eigenlijk nog nooit eerder meegemaakt en al helemaal niet dat mijn chefs of commandanten mij bedankten. Als ik er aan terugdenk weet ik ook eigenlijk niet waarom ze dat niet deden.
 
En daarbij er is slechts reden om u allen te bedanken; ook namens Hella.
 
De bewoners voor het beleefd aanhoren van mijn flauwe grappen waar ze soms zelfs net deden of ze mijn grappen leuk vonden. Dat zij hun welverdiende levensavond hier mochten doorbrengen en dat aan mij toevertrouwden was een zware last. Zwaar maar dankbaar. Vaak voelde het alsof ik u teleurstelde; mijn staf en de vrijwilligers die mijn nukken, humor, gezeur en ongeduldig gedram als iets niet snel genoeg ging meestal in stilte over zich heen lieten komen.
 
Yvonne van Genugten fijn dat ook jij er bent! Dank voor jouw vriendschap, je bereidheid te zoeken naar samenwerking; je gedrevenheid en inzet voor de Indische gemeenschap. Die gemeenschap verdient dat.
 
Het spijt mij dat wij als defensie, dat ik jou hier op Bronbeek niet hebben kunnen bieden waarnaar jullie zochten. Ik hoop dat dat in Den Haag wel zo zal zijn. Ik heb er alle vertrouwen in.
 
Dank ook aan onze familie, vrienden uit Hilversum en collega’s die zo lang geduld en begrip toonden dat Hella en met name ik te weinig tijd voor jullie hadden.
 
Maar bovenal dank aan al die veteranen, nabestaanden van oorlogsgetroffenen, de stichtingen die zich voor hen belangeloos inzetten, voor uw vertrouwen, voor uw ondersteuning, voor het met mij willen delen van uw zorgen en uw leed; soms een lang bewaard/ weggestopt en ondraaglijk verdriet uit oorlogstijd, bezetting en mensonterende terreur.
 
Eric Broekroelofs, Heiko Roelfsema, Rob Hagenbeek, Richard Rehmref… in jullie als voorzitters van jullie herdenkingsstichtingen: Chapeau! een diepe buiging voor jullie tomeloze inzet voor slachtoffers en nabestaanden.
 
Wat mij betreft zou u allen vandaag een koninklijke onderscheiding mogen/ moeten krijgen. ´But it ain´t over until the fat lady sings; de burgemeester is nog niet weg!
 
Achter elke succesvolle man staat een sterke vrouw. Ook achter elke commandant Bronbeek.
 
Soms is die vrouw zo sterk dat het succes van de man een beetje verbleekt. Zo ook ten tijde van het presidentschap van Bill Clinton waar de opmerking van stamt: “dear president Clinton how are you and how is your husband Bill?”
 
De toenmalige directeur van het veteraneninstituut die elk jaar op de nationale veteranendag naast mij gezeten in de Ridderzaal zei dat die stoel niet voor mij gereserveerd was maar voor Hella. Er stond immers (abusievelijk) directeur Bronbeek. Dat was naar zijn zeggen Hella. Ik was slechts de commandant.
 
Hella ik vergeleek je vaak met Florence Nightingale zoals je hier op Bronbeek rondliep, maar ook met Josephine de Beauharnais die altijd als bemiddelaar optrad tussen haar streng edoch rechtvaardige echtgenoot Napoleon (dat was ik natuurlijk) en de hulpbehoevenden in de Franse samenleving die om een gunst vroegen.
 
Ik wil jou namens en op voordracht van de bewoners de ere penning van het instituut aanbieden wegens:
“haar geheel belangeloze, niet aflatende toewijding, betrokkenheid en empathie bij de Bronbeek gemeenschap en de zorg voor de bewoners gedurende de 5 jaar dat zij de commandant van het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen & Museum Bronbeek terzijde stond en haar initiatief tot en tomeloze inzet bij tal van activiteiten en evenementen voor de bewoners.
Daarbij speelde ze, zoals Josephine Bonaparte dat bij haar echtgenoot Napoleon deed, een bemiddelende rol tussen de bewoners en vrijwilligers enerzijds en de commandant anderzijds.”
 
   
De Ere-penning draagt het nummer 15 en is gegraveerd met het opschrift: “liefde, & barmhartigheid”
Opmerkelijk genoeg gingen veel vrouwen jou voor in het ontvangen van deze erepenning waaronder de vorige minister van defensie Jeanine Hennis-Plasschaert, de brigadegeneraal Leanne van den Hoek, burgemeester Pauline Krikke en recent nog Inga Severs.
 
Tijdens de laatste nieuwjaarsreceptie van de gemeente Arnhem in de Eusebiuskerk vroeg een oud collega woonachtig in Arnhem hoe lang ik deze luizenbaan nog bleef doen. Nou is de ´luizenmoeder´ - u weet wel van: "nee, nee nou niet meer zwaaien" en de aanhef van het liedje "hallo allemaal wat fijn dat je er bent …." - inmiddels een algemeen bekend begrip maar een luizencommandant eigenlijk niet.
 
Ik kende wel het begrip ‘lousy commander’ maar dat is 'effe' wat anders. Kan ook zijn dat hij dat bedoelde!
Dus ik hem omslachtig uitleggen dat Bronbeek slechts een rusthuis is voor de veteranen maar zeker niet voor de staf en dat ik nog nooit zo hard heb moeten werken in voorgaande functies als hier op Bronbeek.
Wat natuurlijk ook de reden kan zijn dat ik nooit bedankt ben door mijn voorgaande commandanten; omdat ik in mijn vorige functies gewoon niet hard genoeg werkte.
 
Kolonel van Dreumel…. I give you Bronbeek.
 
Boze tongen beweren dat 16 jaar van terreur & dictatuur onder commandanten der cavalerie Bronbeek letterlijk aan de rand van de afgrond heeft gebracht. Onder u, officier van het regiment Van Heutsz, zet Bronbeek vanaf die rand van de afgrond eindelijk een stap voorwaarts. Ik wens u wijsheid en sterkte bij het besluit tot het nemen van die stap!
 
De doelstelling van Bronbeek is het leveren van ouderenzorg d.m.v. het bieden van zorgverlening aan maximaal 50 gewezen militairen der krijgsmacht, het vergroten van de bewustwording in de Nederlandse samenleving t.a.v. het Nederlands-Indische verleden d.m.v. het beheren en presenteren van een museale collectie en het organiseren van herdenkingen en publieksactiviteiten en de ondersteuning van het veteranenbeleid d.m.v. het bieden van een ontmoetingsplaats en reüniefaciliteiten op het landgoed aan Nederlandse veteranen.
 
Voorwaar geen eenvoudige opgave die uw volledige aandacht en inzet zullen opeisen. In dat opzicht krijg ik met ingang van maandag als chef kabinet van commandant landstrijdkrachten een luizenbaan. Eindelijk!
 
Die unieke taak is, zoals geschetst, bijzonder dankbaar maar daarnaast wens ik Karin en jou evenveel plezier in jullie tijd hier op Bronbeek als dat Hella en ik hebben gehad.
 
In zijn gedicht ‘In Flanders Fields’ uit mei 1915 schreef John McCrae:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.
 
De torch, de fakkel - ook het symbool van de 4/5 mei herdenking - de vlag van Bronbeek, is aan u om over te nemen en om hoog te houden. Dat is de opdracht. Maar niet alleen de fakkel, ook de melati, de Indische jasmijn, en de ´geur van weleer´ hier op Bronbeek te koesteren.
 
In de woorden van een inmiddels overleden bewoner Sjabbe Mulder in een interview: “Bronbeek hoort bij Defensie en dat moet ook zo blijven. Niet speciaal voor mij (Sjabbe Mulder), maar voor al die veteranen in de komende jaren”.
 
Bronbeek heeft er nog nooit zo goed voorgestaan als nu. Dankzij de staf, de vrijwilligers, de herdenkingsstichtingen, de stichting Kumpulan, de Vrienden van Bronbeek, de gemeente Arnhem, de provincie, de veteranen- en de Indische gemeenschap.
 
Maar het is nog steeds niet af. Aanpassingen op alle hoofdtaken van het instituut wachten u op basis van onder meer de toekomstverkenning Bronbeek. De functie van het tehuis, de samenwerking met de Koninklijke Defensie Musea, de nieuwe tentoonstelling, de nationale discussie over de toekomst van het herdenken. De veteranen!
 
Ik heb er alle vertrouwen in dat u die fakkel hoog zult houden, de geur van weleer zult koesteren.
 
Toen ik als jong luitenant mijn eerste schreden zette in de krijgsmacht was het de gewoonte dat bij een commando overdracht de aftredende man uitvoerig het woord voerde. Dat hebben we bijna achter ons; dat hij werd bedankt voor bewezen diensten en hem de loftrompet werd gestoken. Dat valt nog te bezien.
 
De aantredende commandant moest zich nog bewijzen, kreeg een hand, werd slechts succes gewenst en was kort van stof. Wij zijn benieuwd!
 
Geachte genodigden ik zou u allen persoonlijk willen danken maar mijn officier toegevoegd, de paradecommandant kapitein Ton Broers staat mij nooit toe mijn spreektijd te overschrijden. Maar bedenk ´there is no such thing as a free invitation for a change of command ceremony!´
 
Net zoals de regimentscommandant van Boreel in de laatste twee decennia van de vorige eeuw de officieren, onderofficieren, korporaals, trompetters en huzaren bij een beëindiging opdroeg de zojuist beëdigde militairen te ondersteunen verzoek ik u de bewoners, staf, vrijwilligers van Bronbeek en veteranen van Arnhem en omgeving.. u allen als tegenprestatie voor uw uitnodiging de nieuwe commandant en zijn echtgenote op dezelfde wijze te helpen, te ondersteunen en in uw hart te sluiten zoals u mij en Hella de afgelopen 5 jaar en 2 maanden geholpen, ondersteund en in uw hart gesloten heeft. Waarvoor ons beider oprechte dank.
 
U luisterde zojuist naar de 'theme' van ´band of brothers´. Een appèl bij Boreel wordt traditiegetrouw, (en bij de cavalerie is het een traditie als je het twee keer gedaan hebt) afgesloten met de battlecry “Rond de standaard, voor het regiment” als oproep tot kameraadschap, saamhorigheid, trouw!
 
In dit geval “Rond de vlag; voor Bronbeek”
 
kapitein Broers wilt u de adjudant b.d. van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger Kerrebijn laten uitreden.
 
   
 
 
- ◊ - De hele toespraak van kolonel Dulfer kunt u #hier lezen
- Nieuwe commandant Bronbeek
- Kennisnmaking

&&&&&&&&

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek 
     
mail: svvb1983@gmail.com

 

SVVB
 
 
@ SVVB