NIEUWS
UIT HET BRONBEEK BULLETIN VAN DEC 2003. geschreven door A. Paul Bakker
   
'VAN ALLES WAT'
BRONBEEK (1946 - 1964)
'De tijd heeft vleugels... Het is nu al meer dan 55 jaar geleden, dat Vader als Officier van Gezond-heid met zijn gezin veilig neerstreek op het landgoed Bronbeek en zijn intrek nam in de Noordzijde van de witte villa bij de oude tamme kastanje boom. In april 1946 kwamen we met de Nieuw Holland uit Bangkok (Siam) te Amsterdam aan. Op de valreep ontving Vader van een ordonnans de brief, die hem verzocht naar Arnhem te komen om de taak van dokter Claus over te nemen als Officier van Gezondheid van het Koninklijk Koloniaal Militair Invalidenhuis "Bronbeek".
De zorg voor de toekomst in zijn Vaderland voor een Legerarts van 54 jaren oud, met zijn gezin van vrouw en twee zoons met anak ketiga onderweg, loste zich hiermee in één slag op! Na een paar maanden gelogeerd te hebben bij het grote gezin van zijn lievelingszus in Utrecht, kwamen wij in juni met een legertruck op Bronbeek aan, waar we tot april 1964 zouden blijven wonen.
Veel is te vertellen over die 18 jaren op het landgoed met het "grote huis" voor de Oudjes (zoals wij de bewoners onparlementair noemden), de witte villa, het hospitaal, het 'lijkenhuisje', de hooimijt met er naast de boerderij met zijn stallen en varkenshokken, de werkplaats van Jan de Timmerman en Ties de Schilder in het bos, de kippenhokken, volière en duiventil, de twee groene houten priëlen bij de Velperweg, het portierhuisje van Wennekes de Stoker, het verwarmingsbuis met de hoge schoorsteen en de grote wit gekalkte plantenkas achter de lage met glas bedekte stenen bakken voor het zaaigoed en de houten bakken voor de bloemenkalender.
Het landgoed had in die tijd aan beide zijden van de oprijlaan een wei waar de zwartbonte koeien graasden of in de schaduw van de wilde kastanje lagen te herkauwen en Geert, het werkpaard, genoeglijk hier of daar zijn gevoelige lippen rond een mals polletje tuitte en genoot van de verdiende rust na het ploegen van de akkers achter het hospitaal, de boomgaard en de boerderij.
   
Deze keer () wilde ik graag vertellen over de kerk of, zo U wilt, de kapel van het huis. In het grote Gedenkboek van Generaal-Majoor J.C.J. Smits, de eerste Commandant van Bronbeek, uit het jaar 1881 vinden wij Plaat XXXV voorstellende de Kerk, die toen aan de "Tropheegalerij" lag, zoals de benedengang werd genoemd.
 
Later werd de ruimte gebruikt als Huiskamer, momenteel Indische Zaal waar de oude gamelan nog een paar keer per maand met haar klanken de liefhebber verblijdt of de jeugd enig gevoel voor de Indonesische cultuur bijbrengt. Aan de Oostwand van de kerkruimte stond het altaar voor de Katholieken met de sierlijk gedrapeerde rode velours gordijnen en geflankeerd door twee koperen draaibassen veroverd in Samalangan en "...een paar fraaie pleisterbeelden, die, daar zij onschuldige doch leerzame kinderen voorstellen, geen betrekking hebben op eenige andere godsdienstige opvatting, dan dat een kinderlijk en volg-zaam gemoed Gode welbehagelijk is."
 
Op het altaar stond een verguld kruisbeeld temidden van vier vergulde kandelaren. Aan de overzijde stond de preekstoel voor de hervormde predikant met de in bruin Ieder gebonden Bijbel vol gravures van Gustave Dorree, vóór de West-wand met de zwart gelakte kastjes "...waarin de eereteekenen wor-den opgehangen van de invaliden, die in het gesticht overlijden, wanneer zij zich door hun gedrag aldaar die eer hebben waardig gemaakt".
 
Eerst werd het altaar door de gordijnen voor de komst van de predikant bedekt, maar toen de protestantse bewoners en de kerkgangers van buiten Bronbeek zich niet ergerden aan het eenvoudige altaar van de katholieken, was dat niet meer nodig.
 
In 'onze tijd' lag de Kerk op de eerste verdieping in de Westkop, waar drie hoge ramen uitkeken op het Hospitaal (nu Kumpulan). De indeling van de ruimte was haast identiek aan die van beneden. Ook hier hingen de smalle zwarte kastjes aan de wand achter de met rood glanzend velours beklede preekstoel met dezelfde bijbel. De gezangen tijdens de protestantse dienst werden eveneens begeleid op een harmonium trouw bespeeld door steeds dezelfde organiste, ook toen wij allang uit Bronbeek waren vertrokken. Elke zondag om half acht gingen Frans, mijn oudste broer, ik en later Huib naar het grote huis waar Korporaal H.J. Gallé, de koster, al stond te wachten bij de Hoofdingang onder de bel met zijn kerkboek in de ene en zijn rozenkrans in de andere hand. Hij ging ons dan voor naar de sacristie, voorbij de portier eerste gang links, waar de kazuifel in de juiste kleur al klaar lag met de amict, albe en singel voor de kapelaan van de Sint Jozefkerk aan de Rosendaalseweg.
 
Terwijl wij ons kleedden in toog en superplie en wij op de hoogte werden gebracht van de laatste Bronbeekroddeltjes, luisterde Gallé met één oor naar het geluid van de bel buiten, een paar snelle slagen met de klepel als sein, dat de kapelaan de hoek van de Bronbeeklaan rondde en het gebouw op de fiets naderde, vaak met wapperende soutane. Dan haastte de koster zich naar de voordeur om de geestelijke te verwelkomen en met gepaste eerbied ook hem voor te gaan naar de sacristie, waar wij het flesje met de miswijn in ontvangst namen om het ampul, dat al klaar stond naast het water, te vullen. Met behulp van Gallé kleedde de kapelaan zich aan om vervolgens met de hosties en bedekte kelk samen met ons drieën door de brede gang te lopen, de trap op, eerste deur links de kerk in waar enkele Heren, oud le-rares Engels Mevrouw Peeters, van de vele pekineesjes onderaan de Bronbeeklaan en mijn Ouders rustig wachtten op onze komst.
 
Mijn Ouders en Mevrouw Peeters zaten in rode leunstoelen vóór de rij banken, "...de grove meubelen, die door invaliden vervaardigd werden...", waar enkele bewoners hadden plaatsgenomen. Alle vaste gebeden gingen natuurlijk in het Latijn en de kapelaan stond merendeels met de rug naar ons toe. Gallé zat op zijn vaste stek nagist de preekstoel vlakbij de zwarte geldbuidel aan een lange stok voor de collecte bij de Offerande. Hij bad het hardst mee uit zijn kerkboek, de rozenkrans bungelde tinkelend van zijn kromme vingers, de bril op het puntje van zijn neus, de brillenkoker en zijn zakdoek, die hij voor het knielen op de grond vleide, naast hem op de bank. Tussen de kandelaren op het altaar hadden we de dag van te voren twee grote vazen neergezet meestal gevuld met bloemen van het landgoed zoals dahlia's, die in vele kleuren achter de boerderij elk jaar weer bloeiden of takken lichtblauwe, witte of paarse sering van de hoge struiken bij het 'dievenlaantje' binnen het hek langs de Bronbeeklaan.
 
Na de Mis, als het geld uit de collectebuidel was afgedragen, de ampullen schoon in de kast waren teruggezet op de plank boven de kazuifels, namen we de vazen met de bloemen natuurlijk mee. De kapelaan liep dan naast zijn fiets dankbaar ingaand op de uitnodiging een kopje koffie te komen drinken in de salon of de serre van ons huis. Soms ging hij echter eerst naar het Hospitaal of op zaal waar een zieke de H. Communie wilde ontvangen. Ook Oma vroeg hem enige keren op bezoek. Dan zat ze klaar in haar rieten gemakkelijke stoel naast de tafel met stijf gesteven wit laken, waarop het staande kruisbeeld stond tussen de kaarsen en een vaasje bloemen. Met haar grijze dikke vlechten koket opgestoken boven het lief gerimpeld bedakte gezicht wachtte ze in haar paarse zondagse japon, toch nog altijd een beetje nerveus. Grote feestdagen, zoals Kerstmis en Pasen, werden bijzonder gevierd.
Extra veel bloemen op het altaar en een delegatie van het jongenskoor van de Sint Jozef parochie kwam dan zingen, waarbij Frans op het harmonium begeleidde en Gallé vol trots glom dat het allemaal gebeurde in Zijn kerk.
 
Begin jaren '60 werd er in Bronbeek vernieuwd. Enkele slaapzalen werden opgedeeld in chambrettes voor meer privacy, maar veel heren prefereerden toch de slaapzalen, die zij zo gewend waren. Ook de Kerk onderging een verandering. Een grote tafel werd voor de ramen neergezet waarachter de kapelaan met het gezicht naar de gelovigen toe de Mis kon lezen, zoals ook in de kerken buiten Bronbeek gebeurde. De tafel was zo groot, omdat hij tevens voor het Avondmaal van de Protestanten diende.
 
De preekstoel werd voor de wand aan de overzijde geplaatst. De banken en stoelen werden gehergroepeerd en de kastjes met bintangs verdwenen om grijs geschilderd te worden. Het altaar werd afgebroken, de gipsen beelden verdwenen naar zolder en de draaibassen kregen een andere plaats in het museum. Alleen het kruisbeeld en de kandelaars doorstonden de zucht naar vernieuwing.
 
Ter ere van het 100-jarig bestaan van Bronbeek en het in gebruik nemen van de gerestaureerde zaal werd er op 19 februari 1963 een oecumenische dienst gehouden voorgegaan door Dominee Th. A Vos en Pastoor J.H.J. van Gendt met -muzikale ondersteuning van het 'Kerkkoor der St. Josephparochie'.
 
In al die jaren hadden we nog nooit zo'n grote opkomst van bewoners meegemaakt en een fluisterende tong vergezeld van een glimlach en knipoog verklapte ons, dat de godsvruchtige gemeenschap een dubbele borrel in het vooruitzicht was gesteld...
 
Wij verlieten ons geliefde Bronbeek in 1964, Vader was 72 en toe aan een welverdiende rust, al zal Moeder het jammer gevonden hebben, dat ze geen feesten meer kon organiseren als een Bal Costumé in de grote gang of - Champétre onder de kastanjeboom. De kerkzaal bleef dienst doen tot de verbouwing in de Westkop de ruimte opeiste voor twee wooneenheden.
 
Vanaf het begin der jaren 80 moesten de gelovigen genoegen nemen met een noodaltaar in de Huiskamer (Indische Zaal) totdat een Vergaderzaal ingericht was waar momenteel op de eerste zondag van de maand een dienst wordt gehouden afwisselend door de aalmoezenier of de dominee.
 
Waar blijft de tijd... geen rood velours gordijnen, wit gipsen altaarbeelden, zuchtend harmonium, hoogverheven preekgestoelte, zwarte collectebuidel met rafelige kwast, zwart gelakte kastjes met stille getuigen van wakkere strijders, geen stiekem slokje miswijn, krakend kniegewricht van Gallé Bronbeekroddeltjes, geen glimlach, knipoog ... of ....... toch!!
 
A. Paul Bakker
   
           -◊- in Memoriam Paul Bakker
 

&&&&&&&&

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek 
     
mail: svvb1983@gmail.com

 

SVVB
 
 
@ SVVB