stichting    nieuws    agenda    contact    links    archief
 
 
  Deze site is nog in wording. Kijkt u in het archief voor de oude site  
     
  Het monument:  
   
 
Het verhaal achter het monument:
Aan de Frisolaan, tegenover het Prinsenpark stond het monument ter nagedachtenis aan de Nederlandse slachtoffers van de Japanse vrouwenkampen. Stůnd, want de plek is nu leeg. Sinds 1986 staat het op het landgoed Bronbeek in Arnhem. Hoe dat zo gekomen is, staat hieronder. Het verhaal van dit monument hoort toch op deze website, omdat het een oorspronkelijk Apeldoorns oorlogsmonument is. In januari 1942 landden de Japanners op het Nederlands deel van Borneo. Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) kon niet op tegen de overmacht. Java bleef het langst in Nederlandse handen. Maar op 27 en 28 februari verloren de geallieerden, onder commando van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman, de slag op de Javazee. De volgende nacht al landden de Japanners op Java. Op 8 maart capituleerde het KNIL.
 
Beeld van een vrouwenfiguur met kind.

Het monument werd op 15 december 1971 in Apeldoorn onthuld door H.M. Koningin Juliana. In 1984 werd het door vandalen vernield. Na een noodzakelijke restauratie staat het sinds 1985 op Bronbeek.

De muur verbeeldt de omheining van de kampen; daarvoor staat een beeld van twee vrouwen en een kind. Het beeld is ontworpen en vervaardigd door Frank Nix, zelf een kampkind.

Om het beeld staat een muur van grote, gestapelde stenen.Het geeft uitdrukking aan de moed en innerlijke kracht van de vrouwen in de vrouwenkampen. Op de marmeren sokkel met het sapen van Nederland. Om het monument staat een muur, die de omheining van het kamp symboliseert.

De Japanners gingen uit van de Groot-Aziatische gedachte en daarin was voor Nederlanders en andere westerlingen geen plaats. Allle blanken werden geleidelijk uit de samenleving gehaald en geÔsoleerd. Krijgsgevangenen moesten dwangarbeid verrichten en burgers - mannen, vrouwen ťn kinderen - werden geÔnterneerd in kampen. Gezinnen waren gescheiden. Mannen en oudere jongens zaten in aparte kampen. Tot december 1944 mochten jongens tot hun vijftiende in het vrouwenkamp blijven, daarna moesten alle jongens ouder dan 10 jaar naar een mannenkamp, waar ze vaak niemand kenden. Tussen mannenkampen en vrouwenkampen was geen enkel contact.
 
Zowel in de mannen- als in de vrouwenkampen was er een Nederlandse kampleiding. Die organiseerde voorstellingen en andere sociale activiteiten om het leven een beetje draaglijk te maken. Ook werd er in het geheim onderwijs gegeven.
 
Vrouwen en kinderen werden bijeengebracht in hermetisch afgesloten stadswijken, maar ook vroegere gevangenissen deden wel dienst als kamp. Steeds meer mensen kwamen dicht op elkaar gepakt te zitten, elke privacy ontbrak, de hygiŽnische omstandigheden waren abominabel. Er was te weinig te eten en dat weinige was van steeds slechtere kwaliteit. Veel mensen werden hierdoor ziek en stierven. Voor moeders betekende het ook de niet-aflatende, schrijnende zorg voor hun jonge kinderen die in deze ellendige omstandigheden opgroeiden. Daarnaar verwijst het beeld: een vrouw die haar kind probeert te beschermen.
 
Onversaagd en ongebroken’ staat er op de sokkel van het monument.

Na de atoombommen op Hirosjima en Nagasaki capituleerde Japan. Het overgrote deel van de slachtoffers van de Japanse kampen is begraven in het Verre Oosten, onder andere in IndonesiŽ, Birma, Thailand en Japan. De meeste graven bevinden zich op Java. Daar zijn zeven erevelden, waar bijna 25.000 doden begraven liggen.

Toen er sprake was van een monument en er een plaats gekozen moest worden, lag Apeldoorn voor de hand. Apeldoorn had immers van oudsher een band met Nederlands-IndiŽ.

Na de onthulling in 1971 werd het een aantal malen beschadigd tot het in 1985 totaal werd vernield. Er moest zelfs geld worden ingezameld voor restauratie. Toen de gemeente aangaf geen mogelijkheden te zien het vandalisme te voorkomen, besloten de oprichters het monument te verplaatsen naar het landgoed Bronbeek in Arnhem.