Junyo Maru 18 september 2017
geplaatst 18 sept
We herdenken deze dagen in september terecht de operatie #Market Garden. Maar aan de andere kant van de wereld gebeurden in de maand van deze oorlog schokkende scheepsrampen.
4 augustus 1944: Het Japanse transportschip Koshu Maru met aan boord 1513 Indonesische arbeiders, oorlogsmateriaal en 540 passagiers werd door de Amerikaanse onderzeer USS Ray tot zinken gebracht. 1239 arbeiders, 273 passagiers en 28 bemanningsleden kwamen om het leven;

12 sept: De Rakuyo Maru, voer in convooi, zinkt met aan boord 1.159 gevangenen. Die kwamen van de beruchte Birma Siam Spoorlijn. Het schip was op weg naar Singapore. Getorpedeerd door een Britse onderzeeboot

Op de foto Willem Punt overlevende van de Junyo Maru en Pakan Baroe Spoorlijn met demissionair minister van defensie Hennis-Plasschaert op 9 september tijdens de herdenking van de slachtoffers Japanse zeetransporten
 
18 september 1944:, torpedeerde een Britse onderzeeboot een Japans vrachtschip, de Junyo Maru. Het gaat om n van de grootste scheepsrampen uit de geschiedenis waarbij maar liefst 5.600 mensen om het leven kwamen. In vergelijk; de ramp met de Titanic had 328 slachtoffers.
 
21 september 1944: Het Japanse transportschip Hofuku Maru werd door Amerikaanse vliegtuigen voor de kust van Luzon tot zinken gebracht. Aan boord waren 1.289 Britse en Nederlandse krijgsgevangenen. 1.047 mensen kwamen om het leven.
 
De ondergang van de Junyo Maru:
Maandagmiddag 18 september om negen voor vier, doet een zware explosie het hele schip schudden. Willem Punt: ‘De torpedo sloeg midscheeps in. Het schip brak in tween en zonk binnen een half uur. In die tijd hebben een kleine duizend mannen kans gezien van boord te komen. Maar voor de rest, grotendeels opeengepakt in de donkere, stinkende ruimen van het schip, was er geen redden meer aan.

Willem Punt wist zich op een soort vlot in veiligheid  te brengen. Hij herinnerde zich wat hij zag: ‘Als trossen mieren hingen de mensen aan het schip; bij duizenden zijn ze in de zee gevallen. Het duurde iets van twintig minuten voor het hele schip in zee verdwenen was. Overal hoorde je mensen om hulp roepen en om hun moeder schreeuwen. Ook hoorde je: “Toeloeng Nippon” dat betekent: Japanners, Help!’
 
De Junyo Maru (5.065 ton, oud roestig schip) vertrok op 16-9-1944 met 2.300 krijgsgevangenen uit Batavia (Tandjoeng Priok) richting Padang op de westkust van Sumatra, met eindbestemming de Sumatra-spoorweg (Midden-Sumatra). Deze groep krijgsgevangenen (bijna allemaal Nederlanders) bestond uit 1.600 uit het 10e Bataljon-kamp en 700 uit het Kampong Makassarkamp. Dit transport werd aangeduid als Java Party 23, het 23ste transport van krijgsgevangenen vanuit Java. Er waren tevens (ongeveer) 4.200 Javaanse romusha's aan boord. Het totaal aantal gevangenen, bij vertrek aan boord, dus ongeveer 6.500
 
Op 18-9-1944 werd het schip getroffen door twee van de vier torpedo's van HMS Tradewind, n in het voorschip en n in het achterschip, voor de westkust van Sumatra (15 zeemijlen uit de kust van Benkoelen). Na ongeveer 20 minuten zonk het schip. Hierbij verdronken 1.626 krijgsgevangenen en ongeveer 4.000 romusha’s, totaal ongeveer 5.626 gevangenen. 
 
In de uren (dagen) na de torpedering werden 674 krijgsgevangenen en (ongeveer) 200 roumusha’s opgepikt door Japanse schepen, totaal (ongeveer) 874 gevangenen. Zij werden ondergebracht in de Gevangenis van Padang. De daarop volgende weken overleden hier nog eens 8 krijgsgevangenen.
 
Enige dagen na aankomst in Padang werden de krijgsgevangenen in groepen overgebracht naar de Sumatra-spoorweg, eerst per trein naar Pajamkoemboe en vervolgens per vrachtauto naar Pakan Baroe, Kamp 3.
 
En van de 5.600 slachtoffers Heiko Roelfsema 1944:
Willem Punt werd op transport gezet.. Ook Heiko Roelfsema. Hij was al vanaf 1924 werkzaam als hoofd van de Neutrale Europese Lagere School te Djokjakarta, meldde zich in 1941 op vijftigjarige leeftijd bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) om als Stadswacht de Japanse opmars te helpen stoppen. Direct na de invasie van de Japanners in maart 1942 wordt Heiko Roelfsema, met de inmiddels verkregen rang van Sergeant der 1e klasse, krijgsgevangene gemaakt. Op 16 september 1944 wordt hij samen met Nederlandse en andere geallieerde krijgsgevangenen en Indonesische werksoldaten (romuscha’s) onder erbarmelijke omstandigheden op transport gesteld op het gevangenenschip Junyo Maru om als dwangarbeider te gaan werken aan de Pakan Baroe-spoorlijn. Wat er gebeurde met het schip lazen we hierboven. Ruim 5600 opvarenden komen om. De grootste scheepscatastrofe ooit. Ook Heiko komt bij deze ramp om; vrouw en drie kinderen achterlatend. Slechts ruim 800 mensen overleven ternauwernood. Het merendeel zal later alsnog bij de aanleg van de spoorlijn sterven.
 
-◊- De ondergang van de junyo Maru - Andere tijden, Willem Punt
-◊- Oorlogsgravenstichting Junyo Maru
-◊- NAMENLIJST VAN DE JUNYO MARU
-◊- Stichting Herdenking Slachtoffers Japnse Zeetransporten - Oorlogskruis Heiko Roelfsema
-◊- Japanse Krijgsgevangen kampen
-◊- Ooggetuigenverslag
-◊- Japanse helleschepen
-◊- Augustus 1944 en WOII
-◊- De ondergang van de Junyo Maro
-◊- Rakuyo Maru
 
September 1944 in Nederland 
-◊- Market Garden Ginkelse Heide
-◊- 19 sept Eindhovens bombardement
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek 
     
mail: svvb1983@gmail.com

 

SVVB
 
 
@ SVVB